Over ons

De Koninklijke Nederlandsche Jachtvereeniging (KNJV) is opgericht in 1919 en verkreeg in 1924 het predikaat "Koninklijk".

Voor de tweede Wereldoorlog was de KNJV voornamelijk een militaire vereniging. De leden waren veelal cavalerie-officieren die zichmiddels jachtritten konden bekwamen in het rijden in onverkend terrein. In de beginperiode werd nog op de levende vos gejaagd.

Bij het uitbrekenvan de oorlog in 1940 werden de jachtactiviteiten beëindigd. De vereniging bleef wel in tact maar er werd niet meer gejaagd. In 1949 werd mede door toedoen van Z.K.H. Prins Bernhard de vereniging weer actief, waarbij de Prins het Mastership op zich nam. Hij kreeg honden aangeboden van de engelse Beaufort en Meynell hunts.

De Koninklijke van na de oorlog was een andere dan van voor de oorlog. De cavalerie was niet meer bereden en de officieren vormden daarom niet meer de hoofdmoot van het ledenbestand. De KNJV werd een burger-vereniging. De Koninklijke is aangesloten bij de KNHS.

De meute van de Vereeniging bestaat uit foxhounds, aangevuld met enige outcrosses (producten van een kruising tussen foxhound en bloedhond). De meute bejaagt het getrokken spoor van vossengeur en wordt gevolgd door amazones en ruiters. Het jachtgebied van de KNJV is Nederland boven de grote rivieren. Het jachtseizoen loopt van oktober tot april.

"In 1949 werd mede door toedoen van Z.K.H. Prins Bernhard de vereniging weer actief, waarbij de Prins het Mastership op zich nam."

Het tenue van de leden der KNJV bestaat voor de heren uit een rode jachtrok met een grijze kraag. De dames dragen een zwarte - of blauwe jachtrok, eveneens met een grijze kraag. De Vereeniging heeft een Corps Sonneurs dat de jacht aan- en afblaast.

Om het aantal deelnemers aan de jachten niet te groot te laten worden heeft de KNJV een beperkt toelatingsbeleid voor nieuwe leden.

Verdere inlichtingen zijn te verkrijgen bij het secretariaat der KNJV, via e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.